Excel voor de beginner

Excel is een spreadsheet-programma. Je kunt ermee rekenen, tabellen en grafieken maken en nog veel meer. Gegevens zet je in een gegevensblad, in rijen en kolommen. De kolommen lopen van links naar rechts en worden met letters benoemd: A, B, C enz. De rijen lopen van boven naar beneden en deze zijn genummerd. Een bepaalde cel heeft dus een letter en een cijfer bv A1 of G6. 
Begin bijvoorbeeld met een blad waarin je een aantal namen onder elkaar in kolom A zet. In de kolom ernaast zet je het aantal kinderen van die persoon.
Nu kun je heel simpel een aantal zaken bekijken. 

We kijken nu even naar de statusbalk.

De rechterkant is het interessantst. Meest rechts staat een zoom-balk, daarmee kun je makkelijk en snel in- of uitzoomen. Daarnaast 3 knopjes; van rechts naar links: pagina-einde-overzicht, pagina indeling en normaal. Persoonlijk gebruik is deze eigenlijk zelden. Wat daarnaast kan staan, daar gaat het om. Als je op dat balkje rechts-klikt krijg je een menu:

Nu gaat het om het rode gedeelte. Hier kun je aangeven welke waarden je direct in de statusbalk zichtbaar wilt hebben. Vink de gewenste waarden aan; in mijn geval Gemiddelde, Aantal en Som. Als je nu een kolom selecteert (Door op de kolomletter te klikken) of een aantal numerieke waarden, kun je in de statusbalk het volgende zien:

Uiteraard kun je deze waarden ook met behulp van formules op het werkblad zelf neerzetten. De formule voor het gemiddelde is GEMIDDELDE(), de formule voor aantal is AANTAL(), en de formule voor som is SOM(). Je dient dan ook de cellen op te geven die je wilt optellen etc.

Bovenstaande formules zijn in het Engels AVERAGE(), COUNT() en SUM().

Vaderdag 2019

Plaats een reactie